AARDAPPELZIEKTEN.NL

AARDAPPELZIEKTEN

Nuenen is een plaats in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten (Noord-Brabant, Nederland), en is ook de grootste plaats van de gemeente. De naam Nuenen komt van Nuenhem, wat 'nieuwe plaats' betekent.




Inhoud


1 Geschiedenis

1.1 Van de prehistorie tot 1300
1.2 Van 1300 tot 1648
1.3 Van 1648 tot 1810
1.4 Van 1810 tot 1944
1.5 Van 1944 tot heden
1.6 Kerkelijke geschiedenis
1.7 Referenties


2 Bezienswaardigheden

2.1 Molens
2.2 Religieuze gebouwen
2.3 Wereldlijke gebouwen
2.4 Musea
2.5 Overige bezienswaardigheden


3 Natuur en landschap
4 Ontspanning
5 Beroemde inwoners
6 Economie
7 Nabijgelegen kerkdorpen
8 Externe link





//


Geschiedenis

Van de prehistorie tot 1300
Na de afgelopen IJstijd vestigden zich de eerste mensen op een smalle dekzandrug die evenwijdig aan de Dommel liep. De oudste voorwerpen die gevonden zijn worden toegeschreven aan de Tjongercultuur uit het Laat-Paleolithicum. Het betreft hier een rendierjagerscultuur. Enige voorwerpen uit het Mesolithicum werden gevonden te Vaarle en op de Refelingse Heide. Deze pijlpunten dateren uit omstreeks 8000 v. Chr. en waren afkomstig van jagers en verzamelaars. Geleidelijk aan drong de landbouw vanuit het zuiden op naar minder vruchtbare gebieden. Uit deze Neolithische cultuur, die omstreeks 5000 v. Chr. in dit gebied zal zijn begonnen, zijn fraaie stenen bijlen bekend. De dekzandruggen die zich ter weerszijden van de Hooidonkse Beek bevonden bleken geschikt voor akkerbouw en bewoning. Ten noorden van deze beek zou uiteindelijk Gerwen voorkomen, terwijl ten zuiden ervan Nuenen ontstond, aanvankelijk als een verzameling verspreide agrarische gebouwen. Ook uit de Bronstijd (omgeveer 1500 v. Chr.) zijn voorwerpen gevonden. Uit deze tijd stammen ook enkele grafheuvels en urnenvelden, die tot in de IJzertijd gebruikt werden. Deze verschijnselen wijzen op het bestaan van permanente nederzettingen. Ze worden beschouwd als noordelijke uitlopers van de Keltische cultuur. Vanaf 57 v. Chr. vond een toenemende Romanisering plaats. Nadat omstreeks het jaar 300 het Romeinse Rijk steeds verder verzwakte, ontvolkte het gebied ten gevolge van de chaos, ontstaan door de volksverhuizingen. Er zijn diverse archeologische vondsten en nederzettingen uit de Romeinse tijd bekend.
Geleidelijk aan vestigden zich weer mensen in het gebied en kwam ook de kerstening op gang, onder andere vanuit de abdij van Sint-Truiden. Dit geschiedde vermoedelijk op het eind van de 7e eeuw. Vanaf 800 tot 1250 neemt de bewoning toe, vooral op de plaatsen die reeds veel eerder bewoond waren.
Schriftelijke bronnen treffen we aan vanaf 1107. Deze zijn aanvankelijk afkomstig van de Sint-Trudo abdij te Sint-Truiden welke, via de parochies van Son en Woensel, ook die van Nuenen, Gerwen, en Stiphout bediende. Sint-Clemens werd in voornoemde abdij vereerd. Wereldlijke heren eigenden zich het bezit van de abdijen toe, doch uit zorg voor hun zieleheil schonken zij ook weer goederen aan de kerk. Zo werd Nuenen in 1225 door Dirk van Altena aan het kapittel van Kortessem geschonken. Het wereldlijk bestuur vond in de 13e eeuw waarschijnlijk plaats vanuit het graafschap Rode, waarvan de zetel in Sint-Oedenrode gezocht moet worden. Oorspronkelijk stond dit onder invloed van Gelre, maar het werd in 1231 onderdeel van het hertogdom Brabant.
Op Sint-Barbaradag, 4 december 1300 schreef Hertog Jan II van Brabant een brief waarin hij de gemene gronden aan de inwoners van Nuenen en Gerwen in bruikleen gaf. Deze brief is bewaard gebleven. Het betrof woeste gronden voor gemeenschappelijk gebruik. De huidige gemeentelijke bossen zijn hieruit voortgekomen. Op deze dag werden ook gemene gronden uitgegeven aan andere gemeenten. De hertog deed dit vooral om inkomsten te verwerven.

Van 1300 tot 1648
De uitgifte van gemeenterechten was de eerste aanzet tot geregeld bestuur. Tussen 1300 en 1346 is de eerste schepenbank opgericht. Nuenen was in de 14e en 15e eeuw een hertogsdorp wat betekende dat de hertog er rechtstreekse invloed had. De eerste helft van de 15e eeuw was een rustige tijd zonder oorlog waarin de welvaart toenam. Er werd, mogelijk in 1468, met de bouw van een kerk in Kempense gotiek begonnen, op de plaats van een voorganger waaromtrent niets bekend is. Deze kerk stond op de Oude Begraafplaats. Ze werd in 1512 door brand beschadigd en daarna weer opgebouwd. In 1496 werd de verenigde parochie Nuenen en Gerwen gesplitst. Beide parochies hadden reeds een kerk. In 1452 werd te Nuenen een klooster voor Augustinessen ingericht, dat vanwege wateroverlast na 1462 verplaatst werd naar de huidige locatie Soeterbeek, op een hoogte bij de Dommel. De kloosterlingen waren slotzusters. Ze beoefenden de linnenfabricage om in hun onderhoud te voorzien.
Aangezien het hertogdom Brabant steeds groter werd, werd het bestuur ervan gedecentraliseerd en in Nuenen viel het onder de kwartierschout van Peelland.
Vanaf 1472 viel de hertog van Gelre meermalen het gebied in, en vonden plunderingen plaats. In Nuenen en Gerwen vond daardoor een terugval plaats in welvaart, bevolking en aantal huizen. Zo richtten de Gelderse troepen in 1512 grote schade aan. Oorlogshandelingen zouden het gebied daarna nog vele eeuwen teisteren. De oorlogen met Gelre duurden tot 1543 en eisten hun tol, terwijl ook de kosten van de verdediging door de dorpen moesten worden opgebracht. In dat jaar plunderde Maarten van Rossum het klooster Soeterbeek, maar zijn troepen werden uiteindelijk verslagen door Karel V.
In 1558 werd Nuenen een heerlijkheid. Dit wil zeggen dat de hertog zijn rechten, zoals jachtrecht, benoemingsrecht en dergelijke, verpand voor bepaalde tijd, aangezien hij geld nodig had. De hertog was toen Philips II. De heer liet een kasteel bouwen te Opwetten. De Collse watermolen was sedert 1335 eigendom van de heren van Mierlo.
De Tachtigjarige Oorlog werd merkbaar vanaf 1579. Toen Maastricht op de opstandelingen werd veroverd, verwoestten dezen Hooidonk. Daarna was de streek strijdtoneel van Spaanse en Staatse troepen. In 1587 werd Gerwen en een deel van Nuenen door Staatse troepen verwoest. Daarna trokken regelmatig ongedisciplineerde Spaanse en Staatse troepen door de streek die plunderden of moesten worden onderhouden. Tijdens het Twaalfjarig Bestand was er sprake van enige wederopbouw, doch na 1621 begon de strijd weer, en na het Beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 brak een periode van gezagsvacuüm aan, de Retorsieperiode, waarin niet duidelijk was wie de baas was in de Meierij, zodat plunderingen door troepen van beide zijden regelmatig plaatsvonden. In 1637 brak een pestepidemie uit die door de soldaten was overgebracht. Daaraan kwam pas een einde door de Vrede van Münster in 1648.

Van 1648 tot 1810
Nu Nuenen officieel Staats was, werd de uitoefening van de katholieke eredienst verboden en kwamen de kerken in handen van de hervormden. De heerlijkheid Nuenen hield op te bestaan in 1659 toen Nuenen een Statendorp werd, bestuurd door de kwartierschout van Peelland in opdracht van de Staten-Generaal. Nederwetten werd een zelfstandig Statendorp. Men eiste dat de overheidsfunctionarissen protestant waren.
Omstreeks deze tijd moet de huidige Nuenense dorpslinde zijn geplant. Er was enige nijverheid in de vorm van brouwerijen en later ontwikkelde zich ook de klompenmakerij. Geleidelijk aan werden er meer bomen geplant. Delfstoffen waren leem en turf. Reeds in 1692 is sprake van een fabrikeur die garens inkocht en deze middels huisarbeid door wevers liet verwerken tot lakens. Ook spinnen vond in Nuenen plaats en de watermolens werden gebruikt als volmolens.
De Rooms-katholieke kerken werden onteigend en de kloosters werden opgeheven, maar het klooster Soeterbeek mocht blijven bestaan tot de laatste non gestorven was. Er mochten echter geen novicen meer worden aangenomen, wat heimelijk toch nog gebeurde. In 1732 werd ook dit klooster opgeheven en vertrokken de zusters naar Deursen. Kunstschatten uit het Nuenense klooster zijn nog in Deursen aanwezig.
De katholieken waren aanvankelijk aangewezen op de Grenskerk tussen Maarheeze en Weert die niet in Staats-Brabant maar in het Graafschap Horn lag. Vanaf 1671 mocht de mis weer worden opgedragen, en in 1695 werd waarschijnlijk de eerste schuurkerk ingericht. Het kapittel van Kortessem bezat nog steeds de tiendrechten van de nu protestante kerk maar betaalde nauwelijs mee aan het onderhoud van de kerk. In 1779 sloeg de bliksem in de kerktoren en stortte een gedeelte ervan in. In 1795 werd het kapittel door de Fransen opgeheven en in 1798 werd de kerk teruggegeven aan de katholieken, maar in 1800 vernielde een storm de kerk onherstelbaar.
Het adellijk grootgrondbezit werd voor een deel geliquideerd omdat het niet meer rendabel was. In 1734 werd in Nuenen het eerste raadhuis gebouwd.
De oorlogen bleven voortduren omdat de streek in een bufferzone was gelegen. Allereerst kreeg men te maken met soldaten van de bisschop van Münster in 1666 en met Fransen die deze troepen weer verdreven. Tussen 1672 en 1678 gng het om Franse troepen van Lodewijk XIV. Dit werd de Hollandse Oorlog genoemd. Opnieuw kwamen Franse troepen tijdens de Negenjarige Oorlog die van 1688 tot 1679 duurde. De Fransen en de op hen volgende Staatse troepen moesten betaald worden door de bevolking. Vervolgens was er de Spaanse Successieoorlog van 1702-1713 waarbij de Republiek tegen Frankrijk vocht en Nuenen en omgeving last hadden van plunderende Engelse troepen. Daarna kwam de Oostenrijkse Successieoorlog van 1740-1748, waarbij de Republiek steun verleende aan Oostenrijk en troepen toeliet, waarvoor de bevolking de rekening moest betalen.
In 1794 bereikten de Franse troepen, onder bevel van Pichegru, Nuenen, waar de bevolking de troepen moest onderhouden. In 1810 werd de Republiek ingelijfd bij Frankrijk.

Van 1810 tot 1944
De invoering van modern bestuur door de Fransen betekende de oprichting van gemeenten in de moderne zin. In 1810 vormde Nuenen met Gerwen een gemeente, in 1821 werd daar Nederwetten bijgevoegd.
Het kasteel te Opwetten, en het klooster te Soeterbeek, vervielen. In 1835 werd te Soeterbeek een herenhuis gebouwd door de textielfabrikantenfamilie Smits van Oijen. Hier werd een tuin aangelegd die er nog steeds is. Sedert 1846 loopt het Eindhovens Kanaal door de gemeente. De eerste spoorweg, inclusief een station te Eeneind, werd in 1866 geopend. De eerste verharde weg, van Lieshout via Gerwen en Nuenen naar Tongelre, kwam in 1872 gereed. In Nuenen ontstonden een aantal kleine textielfabrieken die deels op huisarbeid waren gebaseerd. Van belang is dat dominee Begemann in 1845 met een linnenfabriek begon. Dit werd in 1871 een stoomweverij, die echter reeds in 1879 failliet ging. Ook een korenmolen werd gebouwd, welke in 1884 in gebruik werd genomen. In 1917 werd een boterfabriek gebouwd en in 1921 een landbouwwerktuigenfabriek. In 1920 verrees te Eeneind een steenfabriek. Geen van deze bedrijven bestaat nog.
De beschadigde kerk was voor de katholieken niet meer bruikbaar, zodat zij de schuurkerk bleven gebruiken. In 1823 werd de ruïne van de oude kerk gesloopt om met de stenen de schuurkerk te herstellen. In 1854 kwam de parochie Nuenen bij het dekenaat Eindhoven. Pastoor Van Lent nam het initiatief tot de bouw van de huidige Sint-Clemenskerk, die in 1872 werd ingewijd. De schuurkerk werd afgebroken en ook de toren van de Oude kerk werd in 1888 afgebroken. De Sint-Antoniuskapel te Opwetten liet men vervallen. In 1887 werd het Sint-Elisabethgesticht van de Zusters van Liefde gebouwd. De bebouwing in de buurt van de nieuwe kerk leidde tot een verplaatsing van het centrum van Nuenen naar het Park. De hervormde gemeente werd bij die van Mierlo gevoegd, waar in 1812 een klein kerkje was gebouwd. Dit was niet praktisch, en in 1824 werd te Nuenen het kerkje aan de Papenvoort gebouwd, nu bekend als Van Goghkerkje. Vincent van Gogh woonde van 1882 tot 1885 te Nuenen. Aandacht voor zijn persoon en werk kwam pas in 1930, terwijl in 1932 een monument ter zijner eer bij de lindeboom werd onthuld.
Aardappelziekten leidden vanaf 1845 tot misoogsten. Dit leidde tot armoede en tiendoproeren. Men heeft de middeleeuwse tiendrechten, die sedert 1810 in handen van de Domeinen of van particulieren waren, afgekocht.
In de eerste helft van de twintigste eeuw verdubbelde de Nuenense bevolking. Het aandeel van fabrieksarbeiders nam toe. Het Park, oorspronkelijk een bleekveld voor het klooster, werd verfraaid met een muziekkiosk in 1904. De katholieke pastorie werd gebouwd in 1919 en het Park werd aangelegd in 1920.
De bezettingsjaren tijdens de Tweede Wereldoorlog, van 1940 tot 1944 brachten een geleidelijk toenemende repressie en verzet, en enige schade door bommen en enkele neerstortende vliegtuigen. In september 1944 vond de Operatie Market Garden plaats waarbij in Son een noodbrug werd aangelegd door de Amerikanen. De Duitsers probeerden deze brug te bereiken, konden niet over de brug bij Soeterbeek, die daarom Willem Hikspoorsbrug is gaan heten naar de tuinman van Soeterbeek die de Duitsers adviseerde om rechtsomkeert te maken. Uiteindelijk konden een aantal Britse tanks wel over deze brug heen om op te rukken. Nuenen werd op 21 september 1944 bevrijd. Bij deze strijd werd schade aangericht en vielenenkele slachtoffers. Ook Gerwen en Nederwetten werden dezer dagen bevrijd. Ook na de bevrijding vielen nog enkele Duitse bommen die slachtoffers maakten.

Van 1944 tot heden
Na de Bevrijding wordt Nuenen vooral gekenmerkt door een snelle groei en door de bouw van vele nieuwbouwwoningen. Daarmee werd Nuenen tot een forensengemeente van Eindhoven.
Door de uitbreiding van Nuenen, aanvankelijk in westelijke richting, ontstond behoefte aan een tweede kerk, de Sint Andrieskerk, die in 1964 tot stand kwam maar, door verkeerde planning en de intredende ontkerkelijking, in 20.. werd afgestoten en vermoedelijk gesloopt wordt.
Met name de woningbouw in Nuenen-Zuid deed het inwonertal toenemen. Ook Nuenen-Oost werd gebouwd, waarbij de Hooidonkse Beek werd overschreden. Er kwamen nieuwe bedrijventerreinen, terwijl de oude industriële bedrijven aan de Berg verdwenen. In 2006 werden plannen gepresenteerd voor uitbreiding in westelijke richting, waarbij Boord en Opwetten vrijwel aan de nieuwbouw zullen grenzen.
De Tour de France passeerde Nuenen in 1996.
Een reeks van feesten en herdenkingen vond plaats in Nuenen: De Vincent van Goghjaren 1990 en 2003, 700 jaar gemeenterechten in 2000, het 500 jarig jubileum van de parochie Nuenen in 1996 en 350 jarig bestaan van de hervormde gemeente Nuenen in 1998. Deze gebeurtenissen gingen gepaard met manifestaties, de uitgifte van gedenkboeken, en de onthulling van monumenten zoals het standbeeld van Jan II van Brabant.

Kerkelijke geschiedenis
De Nuenense Katholieke parochie is in 1496 afgesplitst van de parochie Nuenen-Gerwen. Het 500-jarig jubileum van deze gebeurtenis werd in 1996 gevierd met de uitgave van een gedenkboek: 'Vijf eeuwen kerkdorp Nuenen'.
De Nuenense Hervormde gemeente werd in 1648 gesticht, bij de Vrede van Münster. Het 350-jarig jubileum van deze gebeurtenis werd in 1998 gevierd, eveneens met de uitgave van een gedenkboek: 'Van kwast tot regenboog: een schildering van 350 jaar protestantisme in Nuenen'. De hervormde gemeenten van Nuenen staat, samen met die van Geldrop, aan de wieg van het Samen-op-Weg proces dat geleid heeft tot de kerkfusie waaruit de PKN is voortgekomen. Sedert einde 1974 bestond te Nuenen reeds een samenwerking aan de basis tussen gereformeerden en hervormden, toen Reformatorische Gemeente Nuenen (RGN) geheten.
In tegenstelling tot de landelijke trend groeide het aantal protestanten in Nuenen, vooral ten gevolge van import en de groei van het inwoneraantal. Dit leidde er toe dat het Van Goghkerkje te klein werd en, na een aantal jaren van nood-oplossingen, werd de Regenboogkerk gebouwd.
Ook de samewerking tussen de Rooms-Katholieken en de Protestanten is in Nuenen al vroeg van de grond gekomen. Gezamenlijk overleg en gezamenlijke diensten zijn er in Nuenen meermalen geweest.

Referenties

Gegeven Sint-Barbaradag 1300: een overzicht van de geschiedenis van Nuenen, Gerwen en Nederwetten (2000), door Jean Coenen. Uitgegeven ter herdenking van Nuenen 700 jaar gemeenterechten.


Bezienswaardigheden
De oude kern van het dorp Nuenen wordt gevormd door een driehoekig plein, genaamd 'De Berg' van waar de 'Bergstraat' loopt naar een groter driehoekig plantsoen, 'Het Park'. Dit laatste is in de negentiende eeuw aangelegd en men vindt hier de muziekkiosk, een monument voor Vincent van Gogh en een monument dat de Zusters van Liefde herdenkt.

Molens

Molen 'De Roosdonck. Een ronde Beltmolen van het type bovenkruier. Gebouwd in 1884 maar niet gereedgekomen nadat een tragisch ongeval had plaatsgevonden: tijdens de bouw stortte de molen in, waarbij een dodelijk slachtoffer viel. De molen is nog regelmatig in gebruik als korenmolen.
Opwettense watermolen. Watermolen in de Kleine Dommel, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de elfde eeuw. De huidige gebouwen dateren van 1743. Het binnenwerk, waaronder een stampwerk voor het persen van lijnzaad, is nog aanwezig. Een molenaarswoning uit de 17e of 18e eeuw complementeert het geheel. Deze onderslagmolen heeft het grootste waterrad van Brabant, met een diameter van 9,30 m. Vincent van Gogh beeldde deze molen herhaaldelijk af.
Collse Watermolen te Eeneind. Een banwatermolen ligt op de Kleine Dommel en dateert uit de 13e eeuw. Aanvankelijk een enkele en later een dubbele onderslagmolen. De molen was onder andere in gebruik als koren- en oliemolen en onder meer eigendom van de Hertog van Brabant. Thans in gebruik als korenmolen.


Religieuze gebouwen

Sint Clemenskerk. Deze Rooms-Katholieke kerk van Carl Weber staat aan het Park. Ze werd gebouwd in een combinatie van neoromaanse en neogotische stijlen in 1872. Ze verving de schuurkerk. In de toren hangen enkele oude klokken, waarvan een uit 1490. De kerk is gerestaureerd in 20.., waarbij het interieur weer zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat is gebracht.
Van Gogh kerkje. Dit is een Hervormde waterstaatkerk uit 1824. Het kerkje ligt bijzonder schilderachtig met op de achtergrond het groen van het Park Houtrijk, een oude villatuin. predikant, de vader van Vincent van Gogh preekte hier. Vincent van Gogh heeft deze kerk meermalen op het doek vastgelegd. Tegenwoordig in gebruik voor bijzondere plechtigheden en culturele manifestaties.
Regenboogkerk. De huidige Protestante kerk uit 1999 bezit een glasmosaiek in staal van Karel Appel, dat afkomstig is uit de afgebroken Hervormde kerk van Geleen-Oost.
Sint Elisabeth Klooster, gebouwd in 1887. Voorheen waren hier de Zusters van Liefde gehuisvest. Deze verlieten het klooster in 1977. Tegenwoordig is het een cultureel centrum. Hierin is het deel van de Lindeboom opgesteld dat werd afgezaagd in 1994.
Sint Antoniuskapel te Eeneind. Deze kapel uit 1987 is toegewijd aan Sint Antonius Abt, welke de schutspatroon is van het schuttersgilde te Eeneind. Ze vervangt de kapel te Opwetten, die in 1450 is gebouwd en dienst heeft gedaan tot 1915. Bevat een kruisbeeld afkomstig van de oorspronkelijke kapel en een houten Antoniusbeeld van Omer Gielliet uit Breskens.
Buitenplaats Soeterbeek is gelegen op de plaats waar vroeger een klooster was. De buitenplaats bestaat sedert 1800. Er is een park met vijvers. Het klooster is gesticht in 1448 en bevond zich sedert 1467 op het terrein van Soeterbeek. De nonnen moesten Nuenen verlaten in 1732 en vestigden zich te Deursen dat destijds buiten het gebied van de Republiek der Verenigde Nederlanden lag. Dit klooster heet eveneens Soeterbeek en herbergt nog een aantal uit Nuenen afkomstige gebruiksvoorwerpen.


Wereldlijke gebouwen

Wevershuisjes aan de Berg te Nuenen, waaronder het zogenaamde Kostershuisje uit 1763.
Hervormde pastorie (of: Domineeshuis) aan de Berg te Nuenen, uit 1764. In dit huis wonen tot op de dag van heden de Nuenense predikanten, waaronder Theo van Gogh en zijn zoon Vincent van Gogh, die hier een atelier had, wat nog gedeeltelijk intact is.
't Weefhuis. Een voormalige linnenfabriek uit 1888, tegenwoordig een expositieruimte voor beeldende kunst.
Diverse historische woonhuizen en villa's in de dorpskern en haar omgeving, voornamelijk daterend uit de negentiende en begin twintigste eeuw.
Enkele boerderijen van het langgeveltype.
Oude raadhuis aan de Beekstraat, uit 1734, gerestaurerd in 1986 en nu een galerie.
Huis Nune Ville of Begemannhuis. In 1874 in opdracht van ds. Begemann gebouwd. Hier woonde Margot Begemann, die verliefd werd op Vincent van Gogh. Dit vonden haar ouders niet goed, waarop ze een zelfmoordpoging ondernam.


Musea

Vincent Van Gogh documentatiecentrum. Deze permanente expositie is vanaf 1976 ondergebracht in het gerestaureerde koetshuis nabij het gemeentehuis te Nuenen. Hoewel Nuenen geen enkel werk van Van Gogh bezit, kent de plaats voldoende herinneringen aan de Nuenense periode van deze kunstenaar. Een nieuw museum aan de Berg te Nuenen is in voorbereiding.


Overige bezienswaardigheden

Lindeboom. Dit is een etagelinde die tot de oudste en dikste van Nederland behoort en in de zeventiende eeuw is geplant. Tijdens een noodweer in 1994 braken enige zware takken af en werd ernstige aantasting door de Echte tonderzwam geconstateerd. In december van dat jaar werd de top afgezaagd, zodat nog een prieellinde overbleef. Een oude dorpspomp houdt deze boom, die op de Berg staat, gezelschap.
Kinderboerderij Weverkeshof is een voorbeeld van gemeenschapszin. Vele tientallen vrijwilligers werken hier aan een prachtig park met talrijke dieren, waar ook muziekuitvoeringen en dergelijke worden gehouden en waar ieder jaar ook Sinterklaas zijn domicilie heeft, waarmee men landelijke bekendheid verwierf, evenals met het unieke lease-kippen concept.


Natuur en landschap
Ten noorden van Nuenen is een oud akkerlandschap te vinden met enkele broekbosjes. Ten westen van het dorp is een cultuurlandschap met weilanden en ook tuinbouw. De grens met Woensel wordt gevormd door de Dommel.

Het Nuenens Broek is een broekbos ten noordwesten van Nuenen. Het was oorspronkelijk een moerasgebied waar later, tussen 1932 en 1935 populieren op rabatten werden aangeplant. Nu is het in het bezit van Het Brabants Landschap en wordt het weer teruggebracht in een meer natuurlijke staat. De Hooidonkse Beek stroomt er door. In de lente staan er veel Sneeuwklokjes en ook groeit er Heksenkruid en Gevlekte aronskelk. In de sloten staat Waterviolier. Op enkele plaatsen is Eenbes en Grote keverorchis Er zit ijzerhoudende Brabantse leem in de bodem.
Papenvoortse Heide is een deel van de gemeentebossen. Oude gemeenschappelijke schrale heide- en stuifzandgronden zijn beplant met voornamelijk Grove den. Er zijn nog enkele vennen en kleine stukjes heide.
Dal van de Dommel met kleinschallige moerasachtige gebieden zoals 'De Rietmussen'. Een bijzondere plantensoort hier is Lange ereprijs.
Collse Zeggen, een moeraslandschap langs de Kleine Dommel.
IJsbaan aan de Broekdijk. Hier is een zeldzame flora, met onder meer Waterlepeltje. Het gebiedje wordt beheerd door Staatsbosbeheer.


Ontspanning
Nuenen ligt aan een aantal langeafstandswandelpaden, zoals het 85 kilometer lange Hertog Hendrikpad door en rondom Eindhoven, en het Vennekespad van Sint-Oedenrode naar Heeze. De Potstalroute van 15 km voert door de bosgebieden en het cultuurland van Nuenen en Gerwen. Een kortere wandeling staat in het teken van Vincent van Gogh.
Het Oeverlandpad van Maastricht naar Alkmaar is een lange-afstands fietsroute die ook door Nuenen komt. Een kortere fietstocht is de Dommeldalroute.
Het 'dak van Brabant' is een reusachtige vuilstort van de RAZOB die deels als recreatiegebied in gebruik is. Vanaf het hoogste punt van Brabant heeft men een fraai uitzicht, onder meer op de hoogbouw van Eindhoven. Voor mountainbikers zijn er speciale routes uitgezet die ook deze hoogte aandoen.
In dit gebied is ook een dierentuin aangelegd, 'Dierenrijk Europa' genaamd, die zich heeft gespecialiseerd in Europese dieren.

Beroemde inwoners

Theo van Gogh (1822-1885) was predikant te Nuenen van 1882-1885. Hij was de vader van Vincent van Gogh en werd bijgenaamd: 'de mooie dominee'. Theo van Gogh ligt begraven op de Oude Begraafplaats te Nuenen.


Vincent van Gogh woonde twee jaar (1883-1885) in Nuenen. In die periode schilderde hij onder meer het hervormde kerkje van het dorp, waarvan zijn vader, Theo van Gogh, dominee was. Onder de vele schilderijen die Nuenense zaken tot onderwerp hadden, valt met name De Aardappeleters op.


Bart de Ligt (1883-1938) was predikant te Nuenen van 1910-1915. Geleidelijk aan werd hij vrijzinnig en begaan met de slachtoffers van sociale misstanden. Ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog stonden de zuidelijke provincies onder militair gezag. Militairen en marechaussee waren ook aanwezig in de kerk waar hij op eerste pinksterdag in 1915 een anti-militaristische preek hield. Dit leidde tot zijn verbanning uit de provincie Noord-Brabant. Later werkte hij mee aan de tot stand koming van de Volkenbond en was hij actief in de vredesbeweging.


Hugo Brouwer (1913-1986) was schilder, glazenier en beeldhouwer te Nuenen. Enkele kunstwerken van zijn hand zijn te Nuenen anwezig, zoals het kruisbeeld aan de Boordseweg en een kruiswegstatie bij de kapel van Hooidonk te Nederwetten.


Antoon van Bakel (1930-) is schilder, tekenaar en graficus. Hij werd geboren te Nuenen en werd gestimuleerd door Hugo Brouwer. Hij heeft enige tijd in Nuenen gewoond.


Nico Eekman was een schilder/tekenaar die te Nuenen woonde van 1913-1918.


Gerard van Maasakkers (1949-) is een zanger in brabants dialect. Hij woonde in zijn jeugd in Nuenen.


Edsger Dijkstra (1930-2002) woonde vanaf het moment dat hij hoogleraar werd te Eindhoven, in Nuenen. Edsger Dijkstra was informaticus en ontwierp een systeem om foutloze software te maken. Hij is te Nuenen overleden.


Tanja Jess en Sophie Hilbrand zijn entertainment persoonlijkheden. Zij hebben een deel van hun jeugd in Nuenen doorgebracht.


Economie
Vanouds was Nuenen een agrarische gemeenschap. De armoede stimuleerde, zoals op vele plaatsen in Noord-Brabant, de huisarbeid zoals de klompenmakerij en de huisweverij. Deze werd vastgelegd door Vincent van Gogh. Enige industrie ontstond in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, waaronder houtbewerking, textiel, kousen, baksteen, en landbouwwerktuigen. De baksteenindustrie maakte gebruik van de aldaar beschikbare Brabantse leem. Ook deze industrie is goeddeels verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn tal van lichte industriële en dienstverlenende bedrijven gekomen, welke voor een belangrijk deel gevestigd zijn op het bedrijventerrein te Eeneind. Nuenen heeft daarnaast een aanzienlijke middenstand.
De agrarische bedrijvigheid wordt gedomineerd door intensieve veehouderij, terwijl daarnaast ook vele tuinbouwbedrijven actief zijn.
Hoewel de eigen bedrijvigheid een aanzienlijke werkgelegenheid genereert zijn vele Nuenenaren ook werkzaam in Helmond en vooral Eindhoven, wat Nuenen tevens het karakter van een forensenplaats geeft.

Nabijgelegen kerkdorpen
Gerwen, Stiphout, Mierlo, Geldrop, Tongelre, Woensel, Nederwetten.

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod